Heeft de Opgaaf Werkelijk Rendement voor u zin?
De tegenbewijsregeling werkt maar één kant op: u betaalt belasting over het láágste van uw forfaitaire of uw werkelijke rendement. Aantonen loont dus alleen als uw werkelijke rendement lager was dan het forfait — en u kunt er nooit op achteruitgaan. Hier leest u wanneer het de moeite waard is.
Door Hussain Hussain, Fiscalist
Bijgewerkt 16 juni 2026 · rekenhulp, geen advies
§ 1
De kernregel: u kunt alleen winnen
Met de Opgaaf Werkelijk Rendement laat u zien dat uw echte rendement lager was dan het forfait waarmee box 3 rekent. Is dat zo, dan betaalt u belasting over het lagere werkelijke bedrag en krijgt u het verschil terug. Was uw werkelijke rendement juist hóger dan het forfait, dan dient u de opgaaf simpelweg niet in — de Belastingdienst legt u dan niets extra op. U kunt er dus alleen op vooruitgaan.
Het terug te vragen bedrag is het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement, vermenigvuldigd met het box 3-tarief van dat jaar (31% in 2021 en 2022, 32% in 2023, 36% in 2024). Een negatief werkelijk rendement — bijvoorbeeld een verliesjaar — brengt uw box 3-inkomen op nihil; u krijgt dan de betaalde box 3-belasting terug, maar niet méér dan u betaalde.
§ 2
Wanneer het meestal loont
- Belastingjaar 2022: een slecht beursjaar én een verliesjaar voor crypto, terwijl het forfait op overige bezittingen hoog bleef. Voor beleggers het kansrijkste jaar.
- Beleggers of crypto-bezitters met een verlies of een mager rendement in een bepaald jaar.
- Vastgoed met een dalende WOZ-waarde of hoge financieringsrente in dat jaar.
- Een ouder met een papieren schenking: de 6% rente die u betaalt, ligt boven het lage forfait voor schulden.
§ 3
Wanneer het meestal niet loont
- Goede beursjaren (2021, 2023 en 2024 waren voor veel beleggers positief): uw werkelijke rendement overtreft dan vaak het forfait.
- Vastgoed met een flink gestegen WOZ-waarde — de waardestijging telt mee als rendement en is dan vaak hoger dan het forfait.
- Uitsluitend spaargeld in een jaar met een laag spaarforfait: het forfait benadert dan uw werkelijke rente al, dus valt er weinig terug te vragen.
Dit zijn vuistregels, geen garanties. Welke kant het op valt, hangt af van uw exacte vermogensmix en de bedragen per peildatum. Omdat u nooit slechter af bent, is narekenen altijd zinvol: de uitkomst is óf geld terug, óf de zekerheid dat u niets laat liggen.
§ 4
Zo weet u het zeker
U heeft uw definitieve aanslag inkomstenbelasting van het betreffende jaar nodig (daarin staat het forfaitaire "voordeel uit sparen en beleggen") en uw werkelijke cijfers: rente, dividend, huur en de waarde van uw bezittingen op 1 januari en 31 december. De gratis check rekent beide naast elkaar en laat direct zien of indienen voor u loont.
Vragen
- Kan ik er slechter van worden?
- Nee. Blijkt uw werkelijke rendement hoger dan het forfait, dan dient u de opgaaf niet in en verandert er niets. U betaalt altijd over het laagste van de twee.
- Hoeveel kan ik terugkrijgen?
- Het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement, maal het box 3-tarief van dat jaar (31–36%). Bij een verliesjaar wordt uw box 3-inkomen nihil en krijgt u de betaalde box 3-belasting terug.
- Voor welk jaar loont het het vaakst?
- 2022 — een slecht beleggingsjaar met een hoog forfait. Maar ook andere jaren kunnen lonen bij verlies, vastgoed met dalende WOZ of een papieren schenking.
- Moet ik het per jaar apart bekijken?
- Ja. Elk belastingjaar (2021 tot en met 2024) staat op zichzelf, met een eigen forfait en eigen cijfers. Reken elk jaar los na.